Uitspraken Amsterdams Studentencorps, sepotbeslissing OM

De ophef rondom het Amsterdams Studentencorps (ASC) is niet te missen. Vrouwen werden tijdens een lustrumdiner op 24 juli 2022 massaal uitgemaakt voor hoeren, sperma emmers, de heren zouden vrouwennekken gaan breken, om hun lul erin te steken. Recentelijk bleek echter, een jaar verder, dat het Openbaar Ministerie de betreffende mannen en de vereniging niet verder zal vervolgen. De uitlatingen vallen onder groepsbegeleiding (art. 137c Sr) en aanzetten tot haat, geweld of discriminatie (art. 137d Sr). Ik ben het niet eens met deze beslissing. Deze uitspraken zijn bij uitstek haatzaaiend en gewelddadig en horen wat mij betreft dan ook getoetst te worden door een onafhankelijke rechter.

Uitspraken niet strafbaar volgens het OM

Het OM beweert dat de uitspraken niet als strafbaar kunnen worden gezien, omdat ze als overdreven en onrealistische uitlatingen moeten worden gekwalificeerd en niet als directe oproepen tot geweld of haatzaaiend zijn. Sommige mensen, waaronder burgemeester Femke Halsema, zijn het hier niet mee eens en stellen dat deze uitspraken wel degelijk aanzetten tot haat, discriminatie en geweld. Het OM vindt de uitlatingen ook niet haatzaaiend. 

Haatzaaien

Een belangrijk punt in deze discussie is of deze uitspraken daadwerkelijk als haatzaaiend kunnen worden beschouwd. Volgens de wet is haatzaaien het aanwakkeren van een sterk gevoel van vijandigheid of diepe afkeer tegen anderen. Hierbij moeten de uitspraken krachtig genoeg zijn om dit negatieve gevoel, namelijk haat, op te roepen. De vraag is dus: roepen deze uitspraken echt haat en geweld op, of moeten ze worden gezien als overdreven praat die niet letterlijk bedoeld is?

Rol rechtelijke macht

Een ander belangrijk punt is de rol van de rechterlijke macht in dit soort zaken. Het OM zorgt ervoor dat met de sepotbeslissing de zaak niet aan een onafhankelijke rechter kan worden voorgelegd. Het OM lijkt precies te weten wat de verdachten hebben bedoeld met hun seksistische uitlatingen (zonder het horen van verdachten en getuigen). Ik vind dat niet alleen het OM, maar bij uitstek ook een onafhankelijke rechter moet oordelen om een eerlijke beoordeling te waarborgen. Dit zou niet alleen zorgen voor meer duidelijkheid, maar ook voor vertrouwen in het rechtssysteem. 

Art. 12 Sv-procedure

Tot slot rijst de vraag of deze beslissing om niet te vervolgen een soort vrijbrief betekent voor vrouwenhaat en soortgelijke uitspraken, zolang ze maar als opschepperig, stoerdoenerij of brallerig worden gebracht. Dat kan toch niet de bedoeling zijn en daarom lijkt mij een rechterlijk oordeel erg belangrijk. We zijn er (hopelijk) nog niet. Slachtoffers kunnen tegen deze beslissing een art. 12 Sv-procedure starten (waar ik erg benieuwd naar ben). Hiermee kunnen de slachtoffers alsnog proberen om strafrechtelijke vervolging af te dwingen. 

Vind jij dat de uitlatingen haatzaaiend zijn en aanzetten tot geweld? 

Kan ik je helpen?

Heb je een vraag? Stuur mij een bericht en ik laat zo snel mogelijk iets horen!